Werk en welzijn in 2026: sociale vaardigheden worden doorslaggevendColbe Icon

Hoe organiseren we werk in 2026? Hoe zorgen we ervoor dat de productiviteit hoog is, de economie floreert, en als het kan de mensen ook nog een beetje plezier in hun werk hebben? In een steeds individuelere samenleving is de werkvloer een cruciale plek voor sociale infrastructuur. Werk neemt een centrale plek in het welzijn van mensen. Daarom moeten we ons een andere vraag stellen: hoe organiseren we de menselijkheid in werk?

Nieuws, 8 januari 2026
Zakelijke bespreking met drie personen aan tafel.

Bas Tomassen, CEO van Colbe, en Mayke Nagtegaal, CEO van het datagedreven wellbeing-platform TrueTribe, kijken vooruit naar werk en welzijn in 2026.

Tomassen: “Laten we beginnen met positief nieuws: er komt bij bedrijven steeds meer aandacht voor verzuimpreventie. Zowel grote als MKB-ondernemingen gaan daarbij actiever het welzijn van hun medewerkers in de gaten houden. Hierbij komt het steeds vaker voor dat er vanuit de werkgever (pro)actief zorg wordt aangeboden. Met deze ‘employee assistance’ vindt een verschuiving plaats van zorg vanuit de publieke sector naar de private sector.”

“Daarnaast zorgen de technologische ontwikkeling voor de opkomst van verbindend leiderschap; een term die we vaker in vacature-teksten voor zullen zien komen. Kennis wordt deels door AI vervangen, dus zijn het social skills die van doorslaggevend belang gaan worden, zowel in leiderschap als op de werkvloer.”

Iedere levensfase kent eigen uitdagingen

“Maar aan deze ontwikkelingen liggen wel enkele minder positieve oorzaken ten grondslag. Steeds meer mensen worstelen met levensfase-problematiek. Denk aan mantelzorg, menopauze, rouw, jonge ouders. Het zorgt voor spanning, mentale klachten en verzuim, dat vermoedelijk zal stijgen van 5,3% tot zo’n 6%. In combinatie met een schaarste op de arbeidsmarkt moeten bedrijven dus wel iets gaan doen hieraan.”

Mayke Nagtegaal, pleit dan ook voor verzuimregelingen die niet uitsluitend gaan over ziekte. “Organisaties zouden processen moeten hebben voor stress, conflicten, rouw of andere situaties waarin iemand niet optimaal kan functioneren, zonder dat “ziekmelden” het enige alternatief is.

Van gevoel naar data

Daarnaast moeten we anders gaan kijken naar verzuim: “Verzuim is voor niemand prettig, en kost veel geld. Uitgaven moeten verantwoord worden, dus beslissingen op dit gebied zullen daarom steeds vaker datagedreven worden genomen. Organisaties richten zich nu vooral op verzuimpercentages, terwijl dat uitsluitend iets zegt over mensen die al uitvallen. De focus moet verschuiven naar de werkende populatie: de 95–98% van werknemers die wel aanwezig zijn, maar mogelijk worstelen, uitgecheckt zijn of risico lopen op verzuim. Met nieuwe data-analyses en welzijnsmetingen over verschillende dimensies kun je veel beter zien wie 'thrived’, ‘coped’ of ‘struggling’ is. Daar zit volgens mij de grootste winst in productiviteit én welzijn.”

Burn-out is geen diagnose

In navolging van het specifieker maken van waar mensen tegenaan lopen, zet Nagtegaal ook grote vraagtekens bij de huidige omgang met burn-out. “Het is een holle term die weinig oplost voor werknemers én werkgevers. Burn-out is vooral een symptoom van onderliggende problemen, niet een diagnose die mensen verder helpt. De echte vooruitgang zit in een gedragsmatige kijk op werk en welzijn: onderzoeken wat er werkelijk speelt in plaats van vasthouden aan een containerbegrip. Mijn hoop is dan ook dat het bedrijfsleven stopt met burn-out als diagnose te gebruiken en medewerkers uitnodigt om eerlijker in gesprek te gaan over oorzaken, coping en werkdruk.”

Terug naar kantoor

Hoewel het thuiswerken in korte tijd populair werd, keren steeds meer bedrijven het beleid terug. Tomassen ziet het niet verdwijnen, maar een hybride invulling van de dag: “Het wordt niet meer 1 of 2 dagen op kantoor en de rest thuis, maar een flexibele invulling van de dag. Hiervoor moet er op kantoor wel wat veranderen.   Mensen die veel thuiswerken ervaren vermoeidheid en hebben het gevoel dingen op kantoor te missen. Tegelijkertijd voelen ze nog niet altijd de ruimte of behoefte om vaker naar kantoor te komen. Daarom zullen werkplekken anders worden ingericht, met veel meer aandacht voor ontmoeting, samenwerking en informele verbinding.”

Als we vooruitkijken naar 2026, wordt één ding duidelijk: werk wordt steeds minder een plek waar we alleen taken uitvoeren, en steeds meer een omgeving voor verbondenheid. Technologie kan veel, maar het zijn onze sociale vaardigheden, onze bereidheid om écht te kijken naar wat mensen nodig hebben, en onze capaciteit om met nuance en data te sturen, die het verschil gaan maken. Organisaties die deze beweging durven omarmen door werk menselijker, flexibeler en betekenisvoller te organiseren creëren niet alleen gezonde teams, maar ook duurzame groei.

Deel dit artikel